Bedrijfsleven werkt voor Duitsland

De schoenenverkoop stijgt explosief door orders van de Wehrmacht en ook veel andere bedrijven passen zich aan aan de orders en wensen van de nieuwe machthebbers die nog lang de baas lijken te blijven. Mag dat wel?

Bron: De Oorlog, deel 4 (1 min. 19 sec.)

Media:

  • Bedrijfsleven werkt voor Duitsland
    Bedrijfsleven werkt voor Duitsland
    De schoenenverkoop stijgt explosief door orders van de Wehrmacht en ook veel andere bedrijven passen zich aan aan de orders en wensen van de nieuwe machthebbers die nog lang de baas lijken te blijven. Mag dat wel?
    Bron: De Oorlog, deel 4 (1 min. 19 sec.)
    Economische bloei
    Economische bloei
    In 1940-42 groeit Nederlandse economie en wordt de werkloosheid opgelost, o.a. dankzij grote orders van het Duitse leger en door Seyss-Inquart, die voorkomt dat Göring Nederland leeg laat halen.
    Bron: De Oorlog, deel 4 (1 min. 28 sec.)
    Boudier-Bakker over Duitsers
    Boudier-Bakker over Duitsers
    �De Duitsers zwoegen met grote tassen en zware pakken, er blijft niets in ons land, als het nog even duurt.�
    Bron: De Oorlog, deel 4 (22 sec.)

Duitse orders voor Nederland

Seyss-Inquart wilde rust, en geen chaos. Het lukte hem een groot deel van de zeggenschap over het Nederlandse bedrijfsleven naar zich toe te halen door een meesterzet: hij richtte de ZAST op, de Zentralauftragstelle.
Dat was het bureau voor de centrale administratie en behandeling van Duitse orders bij het bedrijfsleven in de bezette gebieden.

Seyss-Inquart moest enerzijds toestaan dat ook hiervandaan een groot deel van de voorraden naar Duitsland verdween, maar tegelijkertijd kon hij heel veel orders die in Duitsland niet goed uitvoerbaar bleken naar Nederland halen, en zo Nederlandse bedrijven aan het werk houden. Dat werkte.

Eind september 1940 had de Nederlandse industrie al voor 740 miljoen gulden aan Duitse orders genoteerd – een enorme impuls voor de economie, die in de maanden mei en juni totaal was stilgevallen.

De verkoop van Nederlandse producten naar Duitsland groeide snel. Vooral de uitvoer van leren schoenen, rubberlaarzen, textiel, gloeilampen en elektromotoren bereikten een enorme hoogte.

In de zomer van 1941 kon worden vastgesteld dat Nederland al voor 2,25 miljard gulden aan Duitsland had geleverd en dat 70% van de industriearbeiders voor de bezetter aan het werk was.