Stop film
Scholen en onderwijs

Klassenfoto van de rooms-katholieke Sint-Barbaraschool voor meisjes in Leiden omstreeks 1930. Zoals op vrijwel elke lagere school werd ook hier gebruik gemaakt van de leesmethode van M. Hoogeveen uit 1905. Op het leesbord achter de kinderen de grote vertelselplaat, de kleine platen met het bekende aapnoot-mies en de losse letters waarmee de woorden konden worden samengesteld. (GA Leiden) De meeste kinderen gaan tegenwoordig op hun vierde of vijfde naar de basisschool. Daar blijven ze tot ze groep acht hebben doorlopen. Hun schooltijd zit er dan nog niet op; de wet verplicht hen nog enkele jaren voortgezet onderwijs te volgen op VMBO, HAVO of VWO.

Sommigen zoeken daarna een baan, maar een groot deel zet zijn schoolcarrière voort op MBO, HBO of aan de universiteit. Pas als ze de twintig zijn gepasseerd, en een kwart van hun leven erop zit, betreden ze de arbeidsmarkt.

Meetkundeles op de meisjes-HBS in Utrecht omstreeks 1925.We vinden zo'n schoolloopbaan van bijna twintig jaar inmiddels zo vanzelfsprekend, dat we ons zorgen maken over de groep die voortijdig afhaakt en als ongeschoold de toekomst tegemoet gaat. Zulke jongeren lijken veroordeeld tot laagbetaalde banen of langdurige werkloosheid...


Het is daarom moeilijk voorstelbaar dat nog niet zo lang geleden de meeste kinderen weinig of geen onderwijs genoten. Wat ze nodig hadden, keken ze af van hun ouders, pikten ze op in het dagelijkse leven of kregen ze onder de knie bij een baas bij wie ze in de leer waren. Moeilijk te begrijpen is ook dat samenleving en overheid zich over dit gebrek aan onderwijs weinig zorgen maakten. Sommigen waren zelfs van mening dat te veel onderwijs schadelijk was.

Volgens de heersende opvattingen was de samenleving immers verdeeld in drie standen: de rijken of aanzienlijken, de burgers of gegoeden en de armen of geringen . Het onderwijs diende de jeugd de onaantastbaarheid van deze goddelijke ordening in te prenten en elk kind de kennis en vaardigheden bij te brengen die het nodig had opdat een ieder volgens zijn stand in de gelegenheid gesteld zoude worden om op eene fatsoenlijke wijze in de maatschappij zijn bestaan te vinden . Voor de kinderen van de geringe stand, machtig in getal, doch gering in betekenis, hield dit in dat zij niet in de verleiding mochten komen te proeven van de boom der kennis.

Een kijkje in het lokaal van de Leerschool van de Kweekschool voor Onderwijzeressen in Groningen. (GA Groningen)Zo'n kind zou dan immers dorsten naar meer, waardoor het gevaar liep ontevreden te worden en te streven naar een plaats op de maatschappelijke ladder waarop het krachtens de door God gestelde orde geen recht had. De samenleving zou daardoor binnen de kortste keren in een chaos veranderen.

Onderwijs als wapen
In de tweede helft van de 19de eeuw kwam in deze wijze van denken geleidelijk verandering. Als gevolg van de industriële revolutie en de sterke groei van administratieve en dienstverlenende functies die daarmee gepaard ging, steeg de vraag naar geschoolde en gekwalificeerde arbeidskrachten. Bovendien werd al snel duidelijk dat het onderwijs moest worden verbeterd en uitgebreid als het land als geïndustrialiseerde natie wilde meetellen.

Tegelijkertijd groeide bij de burgerij het besef dat goed onderwijs een machtig wapen was in het streven de grote massa der armen te beschaven - en te verhinderen dat zij ten prooi zou vallen aan armoede en aan crimineel, onzedelijk en onmaatschappelijk gedrag. Gevolg was dat de overheid zich actief ging inzetten om door middel van wetgeving en subsidiëring het onderwijs toegankelijk te maken voor bredere lagen van de bevolking.

Voor de massa, voor wie onderwijs eeuwenlang nauwelijks zin had gehad omdat ze toch geen toekomstperspectief had, werd onderwijs plotseling interessant. Naast afkomst en stand immers bepaalden voortaan ook beroep en inkomen iemands maatschappelijke positie. Voor het eerst werd onderwijs een middel om hogerop te komen. Veel arbeiders hadden daarom steeds meer geld over voor onderwijs, om hun kinderen de kansen te geven die zij zelf nooit hadden gekregen.

Dat kon ook wat gemakkelijker dan vroeger, omdat door de verbeterde economische omstandigheden niet langer alle gezinsleden moesten bijdragen aan het familie-inkomen. Begin 20ste eeuw, kortom, werd onderwijs meer en meer gezien als een investering in de toekomst.

Strijd om de methode
D eze groeiende aandacht voor het onderwijs ging gepaard met de opkomst van pedagogiek en onderwijskunde. Het land werd overspoeld met een lawine van tijdschriften, pamfletten, artikelen en boeken waarin de noodzaak van beter onderwijs onder de aandacht werd gebracht. Van eensgezindheid onder de auteurs was echter geen sprake. Volgens sommige pedagogen moesten onderwijzers hun leerlingen behandelen als lege vaten die moesten worden gevuld met kennis.

Anderen zagen de onderwijzer eerder als een tuinman die zijn plantjes - de leerlingen - alle ruimte moest geven om zelf te groeien, terwijl een andere groep vond dat de onderwijzer een vuur in zijn leerlingen moest ontsteken. Kunst was om te ontdekken welke brandstof in elke leerling lag opgeslagen en hoe deze tot ontbranding te brengen. Voornaamste taak van de onderwijzer was ervoor te zorgen dat elk kind zijn eigen, individuele talenten ontdekte en tot ontwikkeling bracht.


De Dorpsschool van Jan Steen (ca. 1670)

Boven: Op De Dorpsschool van Jan Steen (ca. 1670) is onder meer te zien hoe de bijziende schoolmeester helemaal opgaat in het versnijden van zijn ganzeveer. Hij heeft geen oog voor de leerlingen, die hem voor de gek houden. Rechts van de meester zit een uil, het zinnebeeld van de domheid van de mens. Een van de jongens reikt hem een bril aan, een verwijzing naar het spreekwoord: wat baet er kaers of bril als den uil niet zien en wil . (National Gallery, Schotland)

Onder: Uitsnede van het schilderij dat Piet Slager jr. in 1926 van zijn dochter Suze maakte. Het meisje is vol ijver haar sommen voor de school van 't Nut aan het maken. (Museum Slager)

Uitsnede van het schilderij dat Piet Slager jr. in 1926 van zijn dochter Suze maakte

machinaal plissť

1883 - Plissť kan voor het eerst machinaal gemaakt worden. Tot nu toe moesten de messcherpe plooitjes met de hand worden ingestreken.

Ondertussen in de...

Volle middeleeuwen
Volle middeleeuwen
900-1300
Het einde van het Karolingische Rijk komt in zicht...