Bakers in de 19e eeuw

Door de eeuwen heen zijn vrouwen in het kraambed altijd bijgestaan door andere vrouwen. Er waren vroedvrouwen (een van de weinige historische vrouwenberoepen) en bakers.

 
Ingebakerd kind in Katwijk, op Wachten op de schuiten, door Hans von Bartels, © Katwijks Museum. 
Een baker was wat we tegenwoordig een kraamverzorgster noemen. Zij begeleidde de vroedvrouw en was een paar dagen vr en na de kraam in huis.

Geboorte was tot in de 20e eeuw een riskante aangelegenheid. Veel vrouwen stierven in het kraambed. Vooral als ze in een ziekenhuis bevielen; volgens Franse cijfers uit de 19e eeuw stierf 2/3 van de vrouwen daar in het kraambed. Dat kwam doordat in het ziekenhuis de hygiëne slecht was. Zonder zijn handen te desinfecteren ging de dokter van een lijk naar een kraam. Er was dus een groot risico op kraamvrouwenkoorts. Het was daarom veel veiliger om een kind gewoon thuis te baren.

Elk dorp had tot in de twintigste eeuw verschillende bakers. Een baker moest iemand zijn met veel ervaring, liefst met eigen kinderen en met een lekker zacht lijf. De baker had geen opleiding genoten. Een kraamvrouwenopleiding kwam er pas rond 1900. Na deze professionalisering van het beroep kregen bakers een slechte naam. Vandaar de uitdrukking “bakerpraatjes”.

Bakerpraatjes zijn tips en gewoontes die vrouwen elkaar gaven. Voorbeelden hiervan zijn:

  • De voeten van een zwangere vrouw mochten niet worden gewassen, anders kwam er teveel vruchtwater;
  • De linnenkast mocht rond het kraambed niet open gedaan worden, anders liep je het risico dat het dodengoed gebruikt moest worden (dwz dat het kindje zou sterven);
  • Azijndrinken zou een mager kind veroorzaken en dus een makkelijke bevalling;
  • Van melk drinken tijdens je zwangerschap kreeg je een hele blanke baby (teken van rijkdom).


Een belangrijke taak van de baker was het inbakeren van het kind. Kinderen werden de eerste drie maanden van hun leven zo in lappen gewikkeld, dat ze een stijf popje waren. Dit werd gedaan om scheefgroeien te voorkomen. Dat was overigens niet zo’n gek idee want de kindjes lagen in een krappe bedstee of in een lade.

In landen als Rusland is het strak inpakken nog altijd de gewoonte. Daar hangen de boerinnen hun kinderen aan een balk als ze aan het werk zijn. Ook in Nederland is het weer in de mode. Onrustige baby´s en huilbaby´s worden in een speciale lap gewikkeld zodat zij zich veilig voelen. Net als in een baarmoeder.  

Links en literatuur:

  • I. Strouken, Beschuit met muisjes en andere gebruiken rond geboorte (Utrecht 1991)
  • M. van Lamoen, Rond het kraambed van toen (Katwijk 1983)
  • Site Museum Verpleegkunde www.nmvv.nl
  • Informatie over het moderne inbakeren op www.debakermat.nl

luchtband

1890 - Door de komst van de luchtband wordt de fiets populair en komt Nederland massaal in beweging. In 1899 heeft n op de 53 Nederlanders een rijwiel, in 1901 al n op de 38 en in 1930 n op de drie.

Relevante tijdvakken