De geschiedenis van de kamerplant.

In geen andere natie dan Nederland is er zon passie voor kamerplanten.

Dit is echter niet altijd zo geweest. Al voor 1500 worden er planten geteeld, maar enkel voor het praktische nut ervan: ze worden gebruikt als medicijn en als geurmiddel. Tussen 1500 en 1800 komt er steeds meer aandacht voor het genoegen dat men aan planten kan beleven.

De introductie in het Westen van vele exotische planten uit andere werelddelen als gevolg van ontdekkingsreizen vormen hierbij een grote stimulans. Uit verre landen worden zaden meegenomen (levende planten zouden de reis niet overleven) en hier in kassen gekweekt. Tot het einde van de zeventiende eeuw hebben vooral medici belangstelling voor exotische planten, maar naarmate men betere methoden ontwikkeld om planten vanuit verre landen mee te nemen, krijgen ook kooplieden interesse.

De Interesse voor kamerplanten heeft met een veranderende opvatting ten aanzien van de natuur te maken. Door verstedelijking en industrialisatie verliest men langzaam het contact met de groene omgeving. Planten en bloemen moeten de natuur dichtbij de mensen houden en soelaas bieden aan stadsbewoners.

Het zijn in eerste instantie de rijken die planten houden, buiten op hun landgoederen en in botanische tuinen. Vanaf 1850 komt de kamerplantcultuur op en wordt het een hobby voor iedereen. De vensterbank verandert van zitbank in een etalage voor kamerplanten. De temperatuur binnen wordt ook steeds plantvriendelijker met dank aan de Centrale Verwarming.

Veel kamerplanten die in onze Nederlandse vensterbank staan, zijn oorspronkelijk afkomstig uit exotische oorden. Enkele voorbeelden:

- De Pelargonium (die in de volksmond ten onrechte Geranium wordt genoemd) komt uit Zuidelijk Afrika. De plant is vanuit Kaap de Goede Hoop via vooral VOC-schepen naar Europa gekomen- De Fuchsia komt uit Peru, Mexico en Chili. De plant is vernoemd naar de zestiende-eeuwse Duitse botanicus Fuchs. In de 19e eeuw was de plant heel populair, sommige huizen hadden zelfs speciale Fuchsia-kamers.

- De Lathyrus komt uit Sicilië. Deze plant wordt meestal eerder als een typische Engelse dan als een typische Nederlandse plant gezien. Van herkomst is de Lathyrus echter Siciliaans. De plant was erg populair bij prinses Juliana.

- Het Kaaps viooltje komt niet uit Kaap de goede hoop, zoals je misschien uit de naam zou afleiden, maar uit Tanzania. In Nederland wordt de plant Kaaps Viooltje genoemd, wat geografisch dus niet correct is.  Officieel heet hij Saintpaulia Inonatha. Saintpaulia naar de ontdekker, de Duitser Ulrich von Saint Paul. Inonantha betekent viooltje.

- De Tulp komt uit Turkije waar de plant meestal Tulipan wordt genoemd, omdat de vorm op een tulband lijkt. De tulp is een nationaal symbool met allochtone herkomst dus.

Meer info:
- Van Rooijen (1991), M., In groene schatkamers, Shell
- Strouken, H.T.L.C. (1991), De geschiedenis van de kamerplant, Utrecht

opkomende steden

1275 - De bewoners van Aemstelledamme, een nederzetting aan de monding van de Amstel, krijgen van graaf Floris V van Holland het recht hun handelswaar zonder tol te vervoeren over de Hollandse wateren. Ook elders in het land krijgen opkomende steden zulke tolvrijheden. De landsheer verleent ze in de hoop dat de steden tot bloei komen en daardoor meer belasting kunnen betalen.

Gerelateerde artikelen


Ondertussen in de...

Gouden eeuw
Gouden eeuw
1555-1648
De Gouden (17e) Eeuw was de eeuw van welvaart en ongekende culturele activiteit...