Kerk als bouwmeester

15de-eeuwse miniatuur met verschillende Middeleeuwse bouwactiviteiten.
[klik voor vergroting]
Omstreeks het begin van de jaartelling bouwden de Romeinen hier hun villa’s en legerplaatsen zoals ze dat thuis gewend waren: met behulp van een soort baksteen.

De plaatselijke bevolking trok eeuwenlang eenvoudige onderkomens op van materiaal dat in de buurt voorhanden was: hout, stro, twijgen, klei en leem. Zelfs de woningen en burchten van de adel waren aanvankelijk van hout.

Pas na de kerstening van onze streken, in de 7de eeuw, verrezen de eerste kloosters en kerken. Voor deze belangrijke gebouwen werd algauw ook natuursteen gebruikt. Die moest van ver worden aangevoerd en was daarom kostbaar; eigenlijk konden alleen de kerk en de adel zich dit bouwmateriaal veroorloven.

Aan het einde van de 12de eeuw werd het bouwen in steen echter wat gemakkelijker. Monniken die in het noorden en westen van het land bouwden, bedachten een methode om net als de Romeinen steen te bakken uit klei. Deze vroege baksteen, de zogenoemde kloostermop, had dezelfde grootte als de geļmporteerde tufstenen uit de Eifel.

In de 13de eeuw begon de wereldlijke bouwkunst wat meer op de voorgrond te treden. De adel liet burchten en kastelen optrekken en ook in de eerste steden werd volop gebouwd. Toch bleef de kerkelijke bouwkunst bepalend voor vormgeving en ornamentiek.

De twee belangrijkste bouwstijlen van de Middeleeuwen, de Romaanse (circa 1000 tot 1250) en de gotische (circa 1250 to 1500) zijn beide ontstaan onder invloed van de kerk.

Op de bovenstaande 15de-eeuwse miniatuur zijn verschillende Middeleeuwse bouwactiviteiten in beeld gebracht, zoals rechtsonder een glasblazer die de glasmassa aan zijn blaaspijp verhit.

familie Keldermans

Het Mechelse geslacht Keldermans maakt naam als aannemer, steenhandelaar en bouwmeester. Antonis Keldermans en zijn zoon Rombout maken kort na 1500 het ontwerp voor toren, topgevels en vleeshal van het stadhuis van Middelburg. Ze werken in laatgotische stijl.

Relevante tijdvakken