Kleding en groep

Op de foto Mathilde Willink, die het liefst bij geen enkele groep wilde horen. Zij was de belangrijkste klant en tevens inspiratiebron van de Chinees-Nederlandse Fong Leng Tsang.
[klik voor vergroting]
De mode is inmiddels van iedereen en soms stelt ze vreemde eisen. Zelfs kinderen op de basisschool maken zich druk over het juiste merk en weten dat het goed zichtbaar moet zijn. Alleen dan ‘hoor je erbij’. Want dat is in de loop van de tijd niet veranderd: in je uiterlijk laat je zien bij welke groep je wilt horen.

Op de foto Mathilde Willink, die het liefst bij geen enkele groep wilde horen. Zij was de belangrijkste klant en tevens inspiratiebron van de Chinees-Nederlandse Fong Leng Tsang. Op deze foto uit 1977 draagt Willink een speciaal voor haar vervaardigd kunstwerk van de modefotografe en kledingontwerpster.

Het ergens bij willen horen gaat tegenwoordig, anders dan vroeger, niet langer om je maatschappelijke stand. Tatoeages bijvoorbeeld, in het verleden iets voor zeelieden en werkvolk, zijn inmiddels in brede kring populair, evenals piercings. Het draait nu om ‘gemeenschappelijke interesse en cultuur’.

Alles kan en alles mag, extremen, zoals in de jaren ‘80 en ‘90 punkers, Hell’s Angels of gabbers nog werden ervaren, zijn tegenwoordig breed geaccepteerd en worden niet meer als extreem beschouwd. Tegenwoordig willen veel mensen juist ontsnappen aan het groepsgevoel en de ‘hokjesgeest’ en wisselen hun stijl soms met de dag. Maar ze zijn de enigen niet en met hun wisselende kledingkeuze creëren ze opnieuw een groepsgevoel.

Ook wat materiaal betreft is de keuze overvloediger dan ooit; de middeleeuwse Nederlander zou zijn ogen uitkijken. Linnen, in zijn tijd een van de weinige textielsoorten, is nu gewild voor modieuze ‘basics’. Naast andere natuurlijke materialen als wol, zijde en katoen is er een overvloed aan nieuwe kunststoffen.

Een lakens pak, een baaien broek of een groot aantal onderrokken zijn niet langer nodig om het lijf warm te houden. Dat kan beter met nieuwe, superdunne kunststoffen zoals die onder meer voor de bergsport zijn ontwikkeld. Kleding geïnspireerd op diverse sporten wordt nu ook jusit buiten het sporten om gedragen. Bovendien heeft iedereen inmiddels centrale verwarming, zodat je binnenshuis zelfs hartje winter met korte mouwen kunt lopen.

toename specialisten

1965 - Het aantal medische specialisten nadert het aantal huisartsen. In 1900 was de verhouding huisartsen / specialisten 2.115 op 136; nu is dat ongeveer 16 op 1.

In 1980 slaat de balans door in het voordeel van de specialisten. Tegenover 5.556 huisartsen staan inmiddels 9.332 specialisten.

Relevante tijdvakken