Germanen in de lage landen

Germanen is de ruime verzamelnaam voor allerlei stammen die zich omstreeks 1000 v.Chr. vanuit het oosten over Europa verspreidden. Ze vestigden zich vooral in West-Europa en langs de grote rivieren en vermengden zich met de Keltische bevolking die ze soms aan hun gezag onderwierpen.
Vr de komst van Julius Caesar, in 58 v.Chr., woonden in onze streken al stammen van Germaanse oorsprong.
[klik voor vergroting]
De Germanen vormden een bedreiging voor het Romeinse Rijk ten westen van Rijn en Donau. Hoewel alle Germaanse volken tot één taalfamilie behoorden, waren ze van elkaar onafhankelijk.

Iedere stam was georganiseerd in families en bestond uit vrijen (een soort adel), halfvrijen (aan families gebonden horigen) en knechten (vooral krijgsgevangenen).

Het gezag werd uitgeoefend door de hoofden van de families. Vr de komst van Julius Caesar, in 58 v.Chr., woonden in onze streken al stammen van Germaanse oorsprong, zoals op de kaart is te zien.

De Romeinen noemden hen, tamelijk willekeurig, Bataven (in het rivierengebied), Kaninefaten (Zuid-Holland), Menapiërs (Zeeland) en Tubanten (Twente). Waarschijnlijk ging het om een mengelmoes van nieuwkomers, passanten en blijvers.

korset

1555 - Modieuze vrouwen uit de hogere standen snoerden met dit metalen scharnierend korset omstreeks 1550 hun taille in. Het werd over een hemd heen gedragen.