Isolatie Joden

Om de Joden te isoleren komt er in Amsterdam een 'Jodenhoek' en joodse kinderen, zoals Edith van Hessen (dagboek), mogen niet meer naar school.

Bron: De Oorlog, deel 5 (55 sec.)

Media:

  • Isolatie Joden
    Isolatie Joden
    Om de Joden te isoleren komt er in Amsterdam een 'Jodenhoek' en joodse kinderen, zoals Edith van Hessen (dagboek), mogen niet meer naar school.
    Bron: De Oorlog, deel 5 (55 sec.)
    Razzia in Amsterdam
    Razzia in Amsterdam
    In januari 1941 komt WA-man Koot om in Amsterdam bij gevechten tussen (Joodse) knokploegen en de WA. Als vergelding worden 425 Joden bijeen gedreven en met onbekende bestemming weggevoerd.
    Bron: De Oorlog, deel 5 (1 min. 32 sec.)
    Kijkje in de Jodenhoek
    Kijkje in de Jodenhoek
    De zondagse markt van Joden in de Nieuwe Uylenburgerstraat te Amsterdam.
    Bron: Beeld en Geluid Beeld en Geluid:  Polygoon Hollands Nieuws, 25 januari 1931
  • Februaristaking 1941
    Februaristaking 1941
    De Februaristaking begon in februari 1941 in Amsterdam, was een openlijke confrontatie met de bezetter en verspreidde zich naar Hilversum, de Zaanstreek en Utrecht.
    Bron: De Oorlog, deel 3 (8 min. 22 sec.)
    Joods Amsterdam verkennen
    Joods Amsterdam verkennen
    Twee medewerkers van Seyss-Inquart verkennen in 1940 alvast hun joodse 'jachtterrein' in bezet Amsterdam en laten er foto's van maken. De foto's zijn nog zonder dreiging.
    Bron: De Oorlog, deel 2 (2 min. 31 sec.)

Joodse Raad in Amsterdam

De directe aanleiding voor de oprichting van de Joodse Raad was de onrust in Amsterdam in februari 1941, waarbij gevochten werd door joodse Amsterdammers en ook nog eens gestaakt werd, de befaamde Februaristaking.
De vertegenwoordiger van Arthur Seyss-Inquart in de hoofdstad, dr. Hans Böhmcker, eiste dat er een joodse instantie kwam die hij verantwoordelijk kon stellen voor de uitvoering van maatregelen van de bezetter.

De eerste maatregel was het verbod op het bezit van wapens, waarmee Böhmcker het geweld in de stad wilde beteugelen.

Twee vooraanstaande leden van de joodse gemeenschap, de diamantair Abraham Asscher en de hoogleraar klassieke talen David Cohen, namen samen het voorzitterschap op zich, zestien andere notabelen traden tot de Raad toe.

Uit het verslag van de eerste vergadering, gehouden in de fabriek van voorzitter Asscher, blijkt grote verwarring op taken en bevoegdheden van de raad. Spoedig bleek dat die taak nogal overzichtelijk was: het doen uitvoeren van Duitse bevelen.

Om daaraan te voldoen riep Asscher de joodse gemeenschap van Amsterdam op voor een bijeenkomst in de Beurs voor de Diamanthandel op het Weesperplein.

Het liep storm, er kwamen, op 13 februari 1941, rond de 5000 bewoners van de jodenbuurt luisteren naar de redevoering van Asscher. Hij moest die tweemaal houden wegens de grote toeloop.

De meeste leden van de net ingestelde Joodse Raad waren aanwezig, ook vertegenwoordigers van de Sicherheitspolizei zaten in de zaal. De oproep van Asscher om de wapens in te leveren had niet veel resultaat.

Een week of zes later verscheen het eerste nummer van het Joods Weekblad, het orgaan van de Joodse Raad, dat al spoedig vooral een mededelingenblad werd, waarin de maatregelen van de bezetter werden bekendgemaakt.

Meer over dit onderwerp